Ideeën voor onderwijsonderzoek

Dick van der Wateren plaatste de volgende oproep op de blog van het Blogcollectief OnderwijsOnderzoek.
Als een van de deelnemers aan dit blogcollectief neem ik deze oproep hier over op mijn eigen EduBlog, zodat de verspreiding misschien nog groter is.

Oproep tot het aandragen van ideeën voor onderwijsonderzoek

NRO-logoIn de zomer van 2012 heeft het ministerie van OCW besloten tot de oprichting van het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO). Het NRO is ingesteld om de afstand tussen wetenschappelijk onderzoek en de praktijk van het onderwijs te verkleinen. Vanaf 2014 zal het NRO onderzoek naar onderwijs laten uitvoeren. Dit zal deels gebeuren door onderzoeksteams waarin scholen en wetenschappers samenwerken.

Voor de invulling van het onderzoek is het van belang de juiste thema’s vast te stellen. Essentieel criterium is dat de thema’s relevantie hebben voor de onderwijspraktijk: de onderzoeksresultaten moeten bijdragen aan de verbetering en vernieuwing van het onderwijs.

Het NRO hoort graag van onderzoekers en van professionals uit de onderwijspraktijk en het onderwijsbeleid welke thema’s volgens hen de komende jaren op de agenda moeten staan. U kunt uw ideeën aan de hand van onderstaande vragen tot 15 mei 2013 opsturen naar info@nro.nl.

  1. Beschrijf het thema en het (theoretische, beleidsmatige en/of onderwijspraktijkgerichte) kader waarin dit beschouwd moet worden.
  2. Beschrijf de relevantie van het thema: waarom moet de komende jaren juist naar dit thema onderzoek gedaan worden en voor welke onderwijssector(en) is het (vooral) relevant.
  3. Beschrijf welke partijen (uit onderzoek, praktijk en/of beleid) bij het onderzoek betrokken moeten worden.

Het NRO streeft ernaar alle binnengekomen ideeën deze zomer te inventariseren. Via de website http://www.nro.nl en met een emailbericht aan alle inzenders maakt de Stuurgroep van het NRO na de zomer bekend welke thema’s gekozen zijn voor een eerste onderzoeksprogramma. Naar verwachting kunnen in het najaar bij het NRO subsidieaanvragen worden ingediend voor dit onderzoeksprogramma.

Missie

Het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) coördineert de programmering en financiering van onderzoek naar onderwijs.
Het bevordert de wisselwerking tussen onderzoek, praktijk en beleid en de toepassing van onderzoeksresultaten.
Zo draagt het NRO bij aan het verbeteren en vernieuwen van het onderwijs.

www.nro.nl

Vragen over deze oproep kunt u sturen naar: info@nro.nl
http://onderzoekonderwijs.net/2013/04/11/ideeen-voor-onderwijsonderzoek/

Hoofdonderzoek Online Tekstbegrip: Doe mee!

Kijk voor veelgestelde vragen (waarom, hoe, voor wie planning etc.) op de FAQ-pagina
Update 20/03/13
 
Voor het hoofdonderzoek zijn na sluiting van de pilot op 16 maart alweer 19 nieuwe aanmeldingen binnen gekomen. Geweldig. Het wordt een mooi onderzoek, waar we allemaal wat aan hebben. Zegt het voort!
Pilot
In het voorjaar 2013 hebben 126 docenten Nederlands meegedaan aan een pilotonderzoek Online Tekstbegrip. De mogelijkheid om deel te nemen is gesloten per 16 februari. De gegevens worden nu geanalyseerd. Meer informatie over de pilot vindt u hier.
Op grond hiervan komt er een hoofdonderzoek vlak voor of vlak na de zomervakantie. Ik nodig zoveel mogelijk docenten Nederlands in het VO uit zich aan te melden als belangstellende. U kunt zich via dit formulier opgeven. Als de vragenlijst online gaat, krijgt u persoonlijk via de mail een uitnodiging.
De collega’s die al aan de pilot hebben deelgenomen hoeven dit niet nogmaals te doen. Zij worden automatisch uitgenodigd. Haal ook uw collega’s over om mee te doen. Het is belangrijk dat het een grote steekproef wordt van docenten Nederlands, zodat we een representatief beeld krijgen van de stand van zaken.
Dit is een onderdeel van mijn promotieonderzoek. Meer over dit promotieonderzoek vindt u hier. Naast mijn werk als onderzoeker werk ik als docent Nederlands in het VO.

 

66.67% !! Pilot Survey Online Tekstbegrip

Pilot is gesloten. Update 16/03/13
Op 16 maart heb ik zoals aangekondigd de mogelijkheid om vragenlijsten in te sturen gesloten. Ik heb de 6 onvolledige vragenlijsten verwijderd. Dan heb ik exact 2/3 van de verzonden vragenlijsten terug. Een respons van 66,67% is heel hoog. Dank jullie hartelijk hiervoor. Er hebben zich 126 mensen opgegegeven, 84 hebben geantwoord en 42 niet.  

Vervolg.
Ik ga nu eerst de pilotversie analyseren. Op grond hiervan wordt een nieuwe uiteindelijke versie gemaakt. Hiervoor wil ik weer alle docenten Nederlands uitnodigen. Ik wil voor deze versie nog meer collega’s bevragen.
De collega’s die al hebben meegedaan met de pilotversie blijven op de lijst staan en hoeven zich dus niet opnieuw op te geven. De meeste van hen hebben eengegeven ook met de uiteindelijke versie mee te willen doen. Hartelijk dank hiervoor. Nodig ook collega’s uit.
Verder nodig ik alle andere collega’s Nederlands uit zich in te schijven voor de hoofdversie die voor de zomervakentie is gepland.
Probeer ook collega’s te wijzen op dit voor ons interessante onderzoek naar online tekstbegrip. Ik maak een nieuw formulier om je aan te melden.

14/3/13 De deadlines voor nieuwe deelnemers is inmiddels verstreken. Je kunt je nog wel opgeven voor het hoofdonderzoek, dat waarschijnlijk eind april wordt uitgevoerd. De deadline voor het invullen van de vragenlijst is nog steeds donderdag 14 maart, middernacht.
Historie:
Op 25 februari j.l.  is de vragenlijst voor pilot online gegaan. Docenten Nederlands VO die zich hadden opgegeven hebben een persoonlijke link gekregen. Er komen  nog aanvragen binnen via het formulier ( zie verderop).
Herinnering: Op 08/03 is een herinnering gestuurd naar de deelnemers die de vragenlijst nog niet hebben ingestuurd. Dit helpt.  Als u dit leest en de vragenlijst nog niet hebt ingevuld, graag invullen en retourneren. Dank alvast. De verdeling over vmbo/havo/vwo is nu goed. Ik zoek nog docenten uit de onderbouw HV. Je kan je nog opgeven  via dit formulier.

Update 25/2/13
De survey / vragenlijst over Online Tekstbegrip is vandaag (25/2/13) online gezet! Bedankt voor jullie geduld. Deze vragenlijst is een pilotversie, dus commentaar is hierbij heel heel welkom. Die kan je me in de vragenlijst laten weten.
Het onderzoek is in eerste instantie bedoeld voor docenten Nederlands uit het VO.
Er zijn nu ruim 120 aanmeldingen, waarvan 91 aanmeldingen van docenten uit het VO. Een iets groter aantal docenten VO is welkom, met name docenten Nederlands uit de onderbouw. Spreek nog wat collega’s aan. Iedereen kan zich aanmelden  je via dit formulier . Als je je hebt aangemeld krijg je een uitnodiging mee te doen met een link naar de vragenlijst.
Kijk voor meer details op de FAQ pagina.

Update 16/2/13
Op 16/2/13 zijn er 123 belangstellenden om mee te doen aan het onderzoek. Daar ben ik heel blij mee. 101 daarvan zijn docenten Nederlands. Bijna 70% geeft les in de bovenbouw van het VO  en 30 % in de onderbouw. Verder is de verdeling: 20 VMBO,  28 HAVO, 24 VWO, 8 MBO. Er zouden iets meer mensen uit de onderbouw en het VMBO bij kunnen om een nog betere afspiegeling te vormen.  Mijn onderzoek richt zich in eerste instantie op het VO.

Op 15 februari 2013 is een mail uitgegaan naar diegenen die zich hebben opgegeven voor het online onderzoek middels een vragenlijst. Als je je wel hebt opgegeven maar geen mail hebt ontvangen neem dan met mij contact op. Vier mailadressen werkten niet meer.

De planning om in  januari de testversie van de vragenlijst over online tekstbegrip uit te doen gaan is iets uitgesteld. De vragenlijst gaat uit aan eind van de week na de voorjaarsvakantie ( dus eind van de week van 25 februari) naar de mensen die zich hebben opgegeven of zich nu nog willen aansluiten.  Er hebben zich tot nu toe 118 mensen opgegeven, waaronder 99 docenten. Dat is mooi.

Ik wil voor deze versie alleen docenten uitnodigen. Dat is de echte doelgroep. Dat zijn er nu dus bijna 100. De bovenbouw is oververtegenwoordigd (70%), dus ik nodig vooral onderbouwdocenten uit zich nog aan te melden.  Meld je via dit formulier  aan (deze versie is gesloten). Kijk voor meer details op de FAQ pagina.

Op 24 september 2012 deed ik een oproep doet aan docenten  om mee te doen aan onderzoek naar online tekstbegrip. Ik gebruikte daarbij de social media ( twitter, Facebook, Google+ ) mijn blog (daar bent u nu) en emails aan mensen in netwerken als de community Nederlands en mijn privénetwerken. De oproep is, behalve op mijn edublog ( hier dus), ook geplaatst op Kennisnet-VO en op de Nieuwsblog Nederlands . Waarvoor dank.
De aanmelding loopt goed, waarvoor alvast mijn dank aan al die collega’s die ook belangstelling hebben voor online tekstbegrip en zich misschien, net als ik, zorgen maken dat leerlingen hiermee nog niet goed genoeg worden geholpen in het VO. Ik hoop op nog meer belangstellenden. Ik wil met een mooie doorsnede van vakgenoten in gesprek.  Meld je via dit formulier  aan.

Digitale geletterdheid is populair en een buzzword

Anderhalf jaar geleden schreef ik over de terminologische verwarring die er is rondom digitale vaardigheden. Bij de start van mijn promotieonderzoek naar online tekstbegrip gebruikte ik nog de term digitale geletterdheid. Dat sloeg toen niet aan.
Maar tegenwoordig is deze term populair en wordt ten pas en onpas gebruikt. Veel aandacht hebben in elk geval het rapport van de NAW en een toespraak van Neeli Kroes gekregen. Dit heeft in elk geval als voordeel dat het onderwerp nu echt in beeld is. Zie het laatste nummer van Didactief, waar ik ook met 100 woorden aanwezig ben. Binnenkort schrijf ik een uitgebreidere beschouwing hierover.
didactief0313

Voorstel nieuw CSE Nederlands blijft 20ste eeuws

Vanmorgen kreeg ik een uitnodiging om als iemand uit ‘het veld’ mijn oordeel te geven over aanpassingen in het CSE voor HAVO en VWO vanaf 2015. Dat is een positieve actie van het College voor Examens (CvE). De docent die het moet doen, moet natuurlijk om zijn/ haar mening worden gevraagd.
Ik kreeg de uitnodiging via Levende talen die niet geheel neutraal het verzoek zo formuleerde ” Mede naar aanleiding van de discussiebijeenkomst die we vorig jaar als vakvereniging hebben georganiseerd, heeft het College voor Examens besloten het examen Nederlands voor havo en vwo aan te passen. Zo wordt tot vreugde van velen de geleide samenvatopdracht geschrapt. In de concept-syllabus leest u wat daarvoor in de plaats komt.”

Ik heb me direct opgegeven en de conceptsyllabi gedownload. Wat ik daar aantrof was helaas wat ik had verwacht. De aanpassingen zijn vooral ingegeven door de wens nog betrouwbaarder te beoordelen, maar de validiteit van het examen is volgens mij slecht. Het is een examen uit de twintigste eeuw, we toetsen geen 21st century skills.
De verandering betreft een aanpassing van het gedeelte Leesvaardigheid, waarvan een deel bestond uit een (geleide) samenvatting.
Om met het positieve te beginnen: Ik ben het eens met de beslissing de manier waarop dit nu wordt getoetst te veranderen. Het is geenszins (ecologisch) valide als bij de opdracht tot het maken van een samenvatting de inhoudselementen die in die samenvatting voor moeten komen al vooraf zijn gegeven. In de wereld buiten de school zal je zoiets nooit tegenkomen en de vaardigheid een tekst samen te vatten wordt daar m.i. niet door getoetst. De beslissing dit zo te toetsen is louter ingegeven door de grote nadruk die er bij toetsen wordt gelegd op betrouwbaarheid. Zo kijkt het makkelijk na en iedereen komt ongeveer op hetzelfde cijfer uit. Betrouwbaarheid ‘rules’.

Nu het punt waar ik veel bezwaar tegen heb. Zoals lezers van deze edublog weten doe ik onderzoek naar online tekstbegrip. Kort samengevat doe ik dat omdat (1) tegenwoordig (in de 21ste eeuw) de meeste teksten online staan en online worden gelezen, (2) deze teksten (meestal hyperteksten) andere kenmerken hebben dan offline teksten: ze hebben een andere structuur, zijn niet lineair opgebouwd, zijn niet statisch, maar veranderend, zijn vaak een cluster van teksten ipv een enkele tekst, hebben niet altijd een aanwijsbare auteur etc., (3) we uit grootschalig onderzoek (PISA, ORCA) weten dat leerlingen problemen hebben met het begrijpen van online teksten. Ook weten we dat leerlingen nauwelijks gebruik maken van papieren teksten, geen papieren kranten en tijdschriften lezen en dat de maatschappij ook vooral communiceert via online teksten.

Een misschien ouderwetse gedachte is dat onderwijs normaal-functioneel is, zoals Ten Brinke het in 1976 formuleerde. De school bereidt de leerling voor op de maatschappij buiten de school. Het onderwijs in tekstbegrip / leesvaardigheid zou dan gericht moeten zijn op de manier waarop teksten nu worden gemaakt. Dat hoeft niet uitsluitend, want kunnen lezen van papieren, lineaire teksten is ook een groot goed. Maar de meerderheid van de teksten zijn online teksten met hun eigen kenmerken en problemen.

Als we kijken naar de beschrijving van het nieuwe examen komen we echter geen enkele verwijzing tegen naar online teksten en online tekstbegrip. We nemen het voorbeeld van het VWO. VWO leerlingen moeten teksten kunnen begrijpen van referentieniveau 4F. Deze wordt als volgt omschreven:
Lezen zakelijke teksten. Algemene omschrijving 4F Kan een grote variatie aan teksten lezen over tal van onderwerpen uit de (beroeps) opleiding en van maatschappelijke aard en kan die in detail begrijpen. Tekstkenmerken De teksten zijn complex en de structuur is niet altijd even duidelijk.

Als het over de keuze van de teksten gaat wordt gezegd:
Onderwerpen van de teksten. De kandidaten lezen teksten over onderwerpen van maatschappelijke aard. De teksten voor de havokandidaten zijn over het algemeen qua inhoud van een minder hoge abstractiegraad dan de teksten voor de vwo-kandidaten.
Tekstkenmerken. De teksten zijn relatief complex, maar hebben een duidelijke structuur. De informatiedichtheid kan hoog zijn. De teksten die aan de havokandidaten worden aangeboden, zijn over het algemeen qua zinsbouw en woordkeuze minder ingewikkeld dan de teksten voor de vwo-kandidaten.
Tekstsoorten. De kandidaten lezen informatieve, beschouwende en betogende teksten uit kranten en tijdschriften.

De keuze om alleen teksten te nemen uit kranten en tijdschriften met hun lineaire structuur en op geen enkele manier aandacht te besteden aan online teksten en tekstbegrip is is een keuze die past bij de twintigste eeuw, niet bij de eenentwintigste. Het is geen nieuw examen dat aansluit bij de eenentwintigste eeuw. De leerlingen worden hierdoor niet goed opgeleid voor deze 21ste eeuw. Er is nog heel veel te doen.

Proposal accepted 18th European Conference on Reading

Just received acceptance of my proposal to do a workshop at the 18th European Conference on Reading Jönköping, Sweden, 6-9 August 2013  ” On behalf of the Coordinating Committee of the 18th European Conference on Reading, we are very pleased to inform you that your proposal has been accepted. Type of presentation: Workshop”. One of the key note speakers will be Donald Leu. Very happy with that. Hope to be able to talk with one of the founding fathers of research on online reading comprehension. Join us at the conference!  Go here for more details.

Abstract proposal workshop
In our daily practice we experience that a lot of students find it difficult to find, evaluate, choose and understand information online. PISA (2009) tells us that, “ on average among 15-year-olds who have grown up in a “wired” world, 18% have serious difficulties navigating through the digital environment, (…). And in some countries these percentages are much larger” (OECD, 2011). In some countries the level of offline reading comprehension (reading texts on paper) is much higher than the level of online reading comprehension, while in other countries it’s the other way around. So online and offline reading comprehension seem to be a different ballgame. Already a decade ago the RAND Reading Study Group reported, “[E]lectronic texts that incorporate hyperlinks and hypermedia . . . require skills and abilities beyond those required for the comprehension of conventional, linear print”” — (Coiro, 2011, p. 3). And the International Reading Association tells us “ (…) that traditional definitions of reading, writing, and communication, and traditional definitions of best practice instruction—derived from a long tradition of book and other print media—are insufficient in the 21st century.” (International Reading Association, 2009, p. 2) The IRA tells us also that  ”Literacy educators have a responsibility to integrate these new literacies into the curriculum to prepare students for successful civic participation in a global environment.” — (International Reading Association, 2009, p. 2)
OK, but how? Most teachers find it difficult to understand what’s different in Online Reading Comprehension and what we can do to make this a part of our curriculum. And that’s understandable, because there is not very much information available for classroom teachers. Donne Alverman tells us that for “classroom teachers, teacher educators, and researchers whose work is focused at the middle and high school level [online reading comprehension  JC] is rarely a topic of discussion in practitioner journals, or at least in the ones I read on a regular basis.” — (Alvermann, 2008, p. 9)

I would like to discuss Online Reading Comprehension with teachers in an interactive workshop setting. We will talk about the difference between Online and Offline Reading Comprehension, our challenges and fears, our daily practice, and the possibilities to include this in our classrooms and maybe even possibilities to collaborate.

Alvermann, D. E. (2008). Why Bother Theorizing Adolescents’ Online Literacies for Classroom Practice and Research? Journal of Adolescent & Adult Literacy, 52(1), 8–19.
Coiro, J. L. (2011). Predicting Reading Comprehension on the Internet: Contributions of Offline Reading Skills, Online Reading Skills, and Prior Knowledge. Journal of Literacy Research, 1–42.
International Reading Association. (2009). New literacies and 21st century technologies: A position statement of the International Reading Association. Newark, DE: Author.
OECD. (2011). PISA 2009 Results: Students On Line (Vol. VI, p. 395). OECD Publishing.

Mediawijsheid en Denkvaardigheden? Geen nieuwe vakken aub!

Ik las net een blog van Patrick Koning, waarin hij zegt ” Bij de evaluatie van de workshop kreeg ik het boekje: “Slimmerkunde” mee als voorbeeld van wat Malmberg toe nu toe gedaan heeft op het gebied van sociale media. Een leuke methode waarin de vakken Mediawijsheid en Denkvaardigheden samenkomen. Ik ben erg benieuwd naar ervaringen van deze methode, omdat ik er tot nu toe nog weinig over gehoord had. ”
De vakken Mediawijsheid en Denkvaardigheden ?? Alsjeblieft niet. We weten van de problemen die we al hebben met transfer tussen vakken, die met name in het VO zo gescheiden zijn en de moeite die wij als docenten hebben om de samenhang duidelijk te maken. Ook herinner ik mij de moeite die we hebben gedaan om Studievaardigheden of Leervaardigheden ergens apart in het rooster te zetten. Het is niets geworden. Op mijn school is het boekje Slimmerkunde een keer gegeven aan de mentoren van de onderbouw ‘omdat het wel leuk was’. De kinderen zijn er niet slimmer van geworden.
Graag veel meer integratie en vele minder uitsplitsen, svp. Gebruik media(wijsheid) en goed kunnen denken bij het leren van inhoud en niet apart!

Online tekstbegrip, taalbeleid en mediawijsheid

Op mijn blog Nederlands en Mediawijsheid moeten trouwen die op deze Edublog verscheen kwamen veel reacties. Veel reacties vonden ook dat Online Tekstbegrip aandacht moet krijgen in het onderwijs. Maar waar dan? Daar waren we het niet altijd eens: hoort het primair bij Nederlands, bij taalbeleid bij alle vakken of hoe zit het eigenlijk. Hier wil ik wat verder op doordenken.
Een van de reacties was van Margreet vd Berg die zei dat  ” mediawijsheid geen huwelijk aangaat met Nederlands, maar dat mediawijsheid er een harem op na gaat houden”. Hierdoor geïnspireerd ben ik de relatiemogelijkheden verder gaan onderzoeken en kwam op de blog op Blogcollectief Onderzoek Onderwijs tot de variant Nederlands als sultan in de harem. Een tweede interessante reactie is van Marijke Kaatee op het Blogcollectief Onderwijs en Onderzoek waarin zij stelt dat tekstbegrip en taalbeleid geïntegreerd zou moeten zijn in alle vakken. Hier ben ik het mee eens. Maar zij stelt ook dat wij de manier waarop wij al leesstrategieën aanleren bij Nederlands ook kunnen gebruiken bij online teksten en dat het een kwestie is van andere teksten gebruiken. Daar ben ik het geheel niet mee eens. Nederlands besteedt nog geen aandacht aan online tekstbegrip, maar weet ook niet hoe dat moet. En dat is niet hetzelfde doen, maar dan met online teksten. Zoals ik al eerder betoogde zijn online teksten fundamenteel anders dan lineaire teksten op papier.

In principe vind ik dat tekstbegrip een fundamentele vaardigheid is die overal aandacht moet krijgen. Dat betekent dat we nog meer energie moeten steken in taalbeleid op school. Mijn ervaring van de laatste 20 jaar en ook recent bij het kijken naar de problemen die het op mijn eigen school geeft om dat voor elkaar te krijgen, zorgt ervoor dat ik zeg: Ja, het is een onderdeel van taalbeleid, maar het moet primair aandacht krijgen bij Nederlands, waar tekstbegrip een domein / vakonderdeel is. Een tegenargument is dat er door de doorgeschoten systeemscheiding op het VO waar de scheiding van de vakken nog heel groot is, er geen transfer zal zijn. Ook dat is waar, maar we moeten ergens beginnen.

Waarom ik het vak Nederlands benadruk is, omdat binnen dat vak geen enkele aandacht is voor online teksten en online tekstbegrip, noch in de eindtermen en referentieniveaus, noch in de toetsen en lesmaterialen. Binnen de voorstellen van Informatievaardigheden wordt ten onrechte gedacht dat we het begrijpen van online teksten als preliminaire vaardigheid kunnen beschouwen. Dit is een misverstand. De aandacht gaat bij Mediawijsheid vooral uit naar goed zoeken, beoordelen van bronnen, communiceren online en privacykwesties. Dit vind ik allemaal ook heel belangrijk en daarbij zouden Mediavaardigheid en Nederlands veel meer samen moeten werken. Daarover later meer.

Verder is er nog veel meer te doen bij Nederlands om de leerlingen voor te bereiden op het worden van een kritische burger in de digitale wereld. Een paar voorbeelden. Bij het onderdeel Documenteren (wordt in schoolboeken vaak apart gezet)  aandacht besteden aan zoeken en beoordelen van bronnen. Bij het onderdeel Argumenteren en Kritisch lezen ( vaak ook als aparte cursus in schoolboeken) aandacht besteden aan Kritische lezen en Redeneren. Bij Schrijven aandacht besteden aan online schijven / communiceren ( het is een gotspe dat leerlingen nog steeds alleen maar sollicitatiebrieven leren schrijven op de ouderwetse manier). etc.

Een ander punt is dat ik het gevaarlijk zou vinden als informatievaardigheden en mediawijsheid nieuwe vakken gaan worden en dan ergens daarbinnen online tekstbegrip een plaats heeft. Het is onduidelijk wie dat vak zou gaan geven en of hij/zij expertise heeft in (online) tekstbegrip.

Eigenlijk vind ik dat alles dat wordt gedaan bij mediawijsheid in brede zin ( dus ook online tekstbegrip) uiteindelijk ook geïntegreerd zou moeten worden aangepakt.
Dit lijkt in tegenspraak te zijn met dat ik het aanleren van online tekstbegrip een primaire taak van Nederlands noemde. Maar dat vind ik niet. Er is sprake van parallelle processen. Ik vind dat (online) tekstbegrip en het onderwijs daarin bij Nederlands het meeste aandacht en tijd zou kunnen krijgen. En dat daar de expertise op het gebied van tekstbegrip zou moeten worden gevonden. Ik geeft toe dat dat misschien soms een te zonnige blik op de expertise van de collega’s Nederlands is. Maar expertise op het gebied van Online Tekstbegrip moet nog worden aangeleerd.
Daarna en daarnaast moet het natuurlijk aandacht krijgen in alle vakken. Dat is taalbeleid.

Eigenlijk vind ik dus dat Online Tekstbegrip snel aandacht moet krijgen in het onderwijs, dat we, kijkend naar de praktijk, Nederlands hier eerst op moeten aanspreken. Verder valt er ook nog veel meer te verbeteren aan het vak. Verder ben ik van mening: er moet veel meer energie worden gestoken in taalbeleid. Ik heb gezegd.

Nederlands en Mediawijsheid moeten trouwen

Vooraf: een variant van deze blog staat op de weblog onderzoekonderwijs.net met als titel Online tekstbegrip Nederlands als sultan in de harem. Ook daar staan veel reacties. Interessant om daar ook even te kijken. 

Marcel Kesselring schrijft op Frankwatching een interessante blog Scholen en (social) mediawijsheid: hoe stoppen we de digitale kloof, waarin hij scholen oproept meer en beter aandacht te besteden aan wat hij noemt ” (social) mediawijsheid. Met de teneur van het betoog ben ik het helemaal eens, maar er mist wat in de redenering en in de discussie over de nieuwe vaardigheden die leerlingen zouden moeten hebben.

We zijn het er allemaal over eens dat de huidige maatschappij een kennismaatschappij is geworden, waarbij de meeste informatie digitaal wordt gedeeld. Op allerlei niveaus wordt hierbij benadrukt dat het aanleren hiervan een heel belangrijke opdracht is van het onderwijs (EU High Level Group on Literacy, 2012; European Commision, 2010). De meeste informatie halen we van internet en leren en kennis delen gebeurt veel online. Leerlingen gebruiken internet als voornaamste bron voor informatie voor werkstukken en andere schoolse taken (Beljaarts,2006). Een belangrijke vaardigheid is het begrijpen van teksten online, online tekstbegrip. Dit is een vaardigheid die in de discussies die er zijn over informatievaardigheden en mediawijsheid niet aan bod komt. Dit is zeer te onrechte. Het onderwijs moet daar aandacht aan besteden, te beginnen bij het vak Nederlands. (more…)

Presentatie HSN26 Brugge 17 nov 2012

Op 16 en 17 november vond de conferentie Het Schoolvak Nederlands 2012 plaats, nu in Brugge. Zie meer informatie op de website van HSN26. Ik gaf daar een presentatie op zaterdag 17 november om 12.00, in de stroom Taalvaardigheid met als titel Online Tekstbegrip: nieuwe uitdaging voor Nederlands of trouwen met Informatievaardigheden?.
Als ik terugkijk ben ik er tevreden over. Het was een presentatie met een uitgebreide, levendige discussie, wat ook de bedoeling was.
Mijn presentatie kan je hieronder bekijken. Er werd een paar keer online gestemd, wat de levendigheid ook ten goede kwam. Daarna vind je de tekst van de uitnodiging.


(more…)